Waarneembaar gedrag


Waarnemen.

De manier van jouw waarnemingen over je medewerkers bepaald in grote mate hoe je reageert, welke feedback je geeft en hoe je omgang met die werknemer is. Van belang om meer achtergrond te hebben over waarnemen en het kijken naar gedrag van anderen.

ORBI
Om te begrijpen wat er in ons hoofd afspeelt en hoe dit ons waarneembare gedrag beïnvloedt, is er behoefte aan een eenvoudig model van uiterst ingewikkelde processen. We observeren (O), reageren emotioneel op wat er is waargenomen (R), analyseren en verwerken en komen op grond van waarnemingen en gevoelens tot een beoordeling (B) en vertonen waarneembaar gedrag om iets te laten gebeuren; we interveniëren (I).

Observatie
Factoren die de observatie (perceptie) beïnvloeden:
Waarnemer zelf. Observatie is een nauwgezette beschrijving of registratie, via onze zintuigen, van wat er in onze omgeving feitelijk afspeelt. Onze hersenen zijn pro-actief en door de eerdere ervaringen geprogrammeerd om de binnen gekomen informatie te filteren en te plaatsen (IJsberg). We horen en zien min of meer wat we verwachten. Een groot deel van de informatie houden we tegen als die niet past bij onze verwachtingen, veronderstellingen en reeds klaar liggende beoordelingen. We moeten leren waarnemen en leren de onbewuste processen, gevormd door het verleden, te herkennen en leren bewust te maken.
Het waargenomen object. Eigenschappen van het object zijn belangrijk. Immers luidruchtige mensen worden eerder opgemerkt in een groep dan de rustige. Dit geldt ook voor aantrekkelijke of onaantrekkelijke individuen
Waarnemingscontext. Men ziet het onderwerp niet los van hun omgeving en dus beïnvloedt het de relatie tussen onderwerp en achtergrond (de context waarbinnen de observatie plaatsvindt). Denk hierbij aan tijdstip van de observatie, locatie, licht temperatuur en andere situationele omstandigheden.

Reactie
Het moeilijkste van het leren over onze eigen emotionele reactie is, dat wij ze vaak helemaal niet in de gaten hebben. We ontkennen gevoelens of vinden zo doodgewoon dat we ze in feite al hebben kortgesloten en rechtstreeks over zijn gegaan tot beoordeling en acties. Als we kunnen leren achterhalen wat onze echte gevoelens zijn en waar ze vandaan komen, hebben een keuze om er al dan niet aan toe te geven. Het gaat dus om het vinden van manieren om dit gegeven bewust te zijn en daarmee het gebied van onze keuze vrijheid uit te breiden. zien6

Attributietheorie:
Wanneer we mensen observeren proberen we een verklaring te vinden voor hun gedrag. Onze perceptie en ons oordeel over iemands, of eigen daden, zal daarom in hoge mate worden beïnvloed door onze ideeën over zijn/haar gedachtenwereld. De attributietheorie stelt dat wanneer we iemands, of eigen gedrag, observeren, we proberen te achterhalen of aan dat gedrag een interne of externe oorzaak ten grondslag ligt. Gedrag met interne oorzaak wordt geacht onder controle van het individu te vallen. Gedrag met een externe oorzaak van buiten zijn/haar (mijn!!) invloedsfeer. Het is goed te beseffen dat dat ieder de neiging heeft om bij gedrag van anderen de innerlijke oorzaken te benadrukken en de invloed van buitenaf te negeren. Vreemd genoeg is dat bij het beoordelen van het eigen gedrag net andersom. Bij succes wijzen we wel naar binnen; motivatie, talent of vaardigheid. Bij processen die niet verlopen zoals we willen schrijven we de oorzaak toe aan externe niet beïnvloedbare factoren. De coping van een individu en de bewustwording hiervan, is mede bepalend voor de verdere ontwikkeling van het individu.

Beoordeling olifant
Wij zijn continu bezig met het diagnosticeren van gegevens adhv waardebepalingen en beoordelingen van informatie. Het analytisch vermogen om een situatie te herkennen stelt mensen in staat om uitgekiend gedrag te vertonen. Dit gedrag kan met tot ver in de toekomst blijven volhouden. Alle analyses die we maken zijn echter niet meer waard dan de gegevens waarop ze zijn gebaseerd. Als de gegevens waarvan wij gebruik maken verkeerd zijn waargenomen of door onze emotie zijn vervormd, gaan wij met onze analyses en beoordelingen de fout in. Het heeft dus weinig zin om verfijnde plannen en analyses op te stellen, als we geen aandacht besteden aan de manier waarop de gebruikte informatie is verkregen en welke vertekend zijn. Analyses helpen ons net zo min wanneer wij onbewust onze redeneringen verdraaien in de richting van onze emotionele reacties.
Interventie
Na een beoordeling gaan we tot handelen over. De beoordeling hoeft daarvoor niet meer te zijn dan een besluit tot handelen op grond van een emotionele impuls. Toch is het een beoordeling en is het gevaarlijk dat men zich dat niet realiseert. Met andere woorden, wanneer wij impulsief handelen (reflexmatige reacties), lijkt het alsof wij het rationele redeneerproces kortsluiten. In feite is het niet kortsluiten, maar hechten wij teveel geloof aan de eerste waarnemingen en onze emotionele reacties daarop. Reflexmatige reacties, die ons in problemen brengen, zijn interventies die het gevolg zijn van beoordelingen op grond van onjuiste gegevens (de beoordelingen zelf hoeven niet onjuist te zijn). Hierbij is alles wat je wel/niet doet, bewust of onbewust, een interventie.
Het reconstrueren van de ORBI-cyclus brengt vaak aan het licht dat iemands oordeel weliswaar logisch is, maar berust op “feiten”. Feiten, die al dan niet juist kunnen zijn, waardoor het resultaat navenant niet logisch is. Hieruit blijkt dat het observeren en de (emotionele) reactie hierop het gevaarlijkste deel van de cyclus is.

 

Bron: O&T LO/S

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.